Tsjechië. Geen enkel ander land spreekt méér tot de verbeelding.
De Slavische cultuur is doordrenkt van weemoed, tragiek, folklore en hevige vaderlandsliefde. Het vormt een onuitputtelijke bron aan muzikale pareltjes. Componisten als Smetana en Dvorŕk trokken het voortouw, Martinu en Janácek zetten de traditie voort.
Hun enorme expressiviteit is enerzijds lyrisch en dramatisch, maar anderzijds hoopgevend en volks. Aangrijpende melodieën en opzwepende ritmes wisselen elkaar voortdurend af.
Die typische ritmiek is vooral bij Martinu aanwezig.
In zijn kwartet voor hobo en pianotrio neemt Karel Schoofs, solo-hoboďst in het Rotterdams Filharmonisch Orkest, de sleutelrol in handen.
De Slavische cultuur is ook de voedingsbodem van het gloednieuwe werk dat op het programma staat. De jonge componist Wouter Lenaerts kreeg de opdracht mee een pianotrio te schrijven waarbij de Slavische muziek het uitgangspunt vormt. |